Zuiderzeemuseum voor de vijfde keer op de CEOB

Ook dit jaar heeft het Zuiderzeemuseum weer een stand op de CEOB. Martine Drenth van het Zuiderzeemuseum legt uit waarom de CEOB belangrijk is voor het museum. “Het Zuiderzeemuseum heeft vorig jaar 37.000 leerlingen ontvangen, zowel vanuit de basisschool als het voortgezet onderwijs. Toch blijft het belangrijk om landelijk zichtbaar te blijven. Dat doen we door op beurzen te staan. Naast de NOT, waar we ook staan, is de CEOB heel belangrijk voor ons omdat deze beurs specifiek gericht is om cultuur en onderwijs samen te brengen. Het fijne aan deze beurs is dat je in direct contact komt met de scholen”.

Het Zuiderzeemuseum heeft een dertigtal educatieve programma’s voor de basisschool en het voortgezet onderwijs. Het aanbod richt zich op cultuur, erfgoed en kunst van het voormalige Zuiderzeegebied en het huidige en toekomstige IJsselmeergebied. De thema’s van de programma’s variëren van bijvoorbeeld watermanagement in vele variaties tot historische thema’s zoals de VOC of het leven op de boerderij 100 jaar geleden. Met het OCW is afgesproken dat het Zuiderzeemuseum jaarlijks 30.000 leerlingen ontvangt. Dan is het noodzakelijk om jezelf te blijven ontwikkelen en in te spelen op de veranderingen in het onderwijs. Het museum probeert zoveel mogelijk aan te sluiten op het culturele curriculum van scholen.

Hoogst waarschijnlijk zal het Zuiderzeemuseum ook dit jaar weer de Kick-off meeting bezoeken. Martine Drenth vertelt dat zij het belangrijk vinden om daarbij aanwezig te zijn. Je krijgt toch steeds weer nuttige tips om je beurs succesvol te maken. En een succesvolle beurs is waarom je op de CEOB wil staan.